In mijn hardloopkleren zit ik beneden, starend naar de grijsblauwe lucht. Regen. Toch ga ik.
Eenmaal op weg hoef ik mezelf nergens toe te zetten, alles gaat vanzelf. Wat een energie! Het kan me niet schelen dat ik nat wordt, nee, ik wil alleen maar rennen, dwars door de regen heen. De lucht is fris, ik zuig mijn longen vol met lucht. De geur van nat gras en bloesem dringt mijn neus binnen; de polder ademt.
De schoonheid verrast me. Wat bedoelen mensen als ze zeggen dat ze gelukkig worden van de kleine dingen in het leven? Het komt me opeens zo immens voor, groter dan het leven zelf en er toch van doordrongen.
Bovendien is de regen niet het enige dat me gelukkig maakt.
Ik denk aan de Franse verhalenbundel die 'Je voudrais que quelqu'un m'attendre quelque part' heet -ik zou willen dat iemand ergens op me wacht. Dat, dat is het precies. Niet dat ik eenzaam ben, maar juist de wetenschap dat er iemand ergens op me wacht. Chris. Misschien ben ik naief, de eerste keer dat ik echt verliefd denk te zijn. Maar dit moment pakt niemand van me af, zelfs degene die ergens op me wacht niet. Chris.
Ik ben doorweekt, mijn oordopjes glijden weg. Dan maar geen muziek. De regen roffelt op de weilanden, in de sloten. En dan, na de brug, volgt er een oorverdovende stilte; het is opgehouden met regenen. Een snijdende wind blaast me droog, kleurt mijn huid rood. Ik ren door. Steeds sneller. Ik voel alles. Alles!
Ja, dat is leven.
Is 187 keer bekeken