Oh.
Mijn hoofd.
Het tolt niet hoor, het is erger geweest. Tijdens de examentraining voor wiskunde bijvoorbeeld, zag ik de cijfers draaien. Echt draaien. Zo voor mijn blote oog, niet een draaierig gevoel op het moment dat ik letters zag, maar echt. Raar is dat. Net als het eerste moment dat je flauwvalt, of voor het eerst zwalkt na het drinken van teveel alcohol, en waarschijnlijk als ik voor het eerst drugs zou gebruiken. Nu ja, ik heb weleens een trekje van een waterpijp genomen, maar dat was één trekje. Bovendien verdenk ik de eigenaar er nog steeds van er destijds alleen gras in te hebben gestopt. Mijn leven is niet vol van drugs, zoals ik ook geen vrouw van liefde ben, of een muziekfanaat.
Hoewel, alcohol valt ook onder harddrugs, toch? De eerste keer dat ik dronken was, vond ik in ieder geval erg speciaal. Een soort ontmaagding; niet dat ik nooit eerder iets had gedronken, maar toen ik net zestien was geworden, besloot ik op het verjaardagsfeestje van Jarno mijn slag te slaan. Gewoon, gourmetten met de jongens en Karlijn, heel veilig allemaal. Voor hen schaam ik me in ieder geval niet als ik naakt ben, dacht ik, dus dan mogen ze me ook wel dronken zien.
Jarno is er me nog steeds dankbaar voor.
Ik was zo nieuwsgierig dat ik het graag heel bewust mee wilde maken. En ik weet niet of je het zelf wel eens op die manier hebt ervaren, maar als je bewust probeert mee te maken hoe het bewustzijn afneemt tot het ondergeschikt raakt aan het onderbewustzijn -dat is toch wat dronken worden is, is het niet?- dan versnelt dat proces zich enorm en is het bovendien vele malen intenser dan bij een 'nuchtere', gedachteloze dronkenschap. Plato is een ideale partner bij duizelingwekkende gedachtenexperimenten, zo bleek die avond nog maar eens. Zijn ideeenleer althans, een theorie waarbij het er héél kort gezegd op neerkomt dat de wereld die wij zien slechts schaduwen zijn van een ideaal universum met idee kippen, idee paarden, idee planten, idee bloemen, etc. Ik besloot dat er dus achter alles dat ik zag een andere werkelijkheid moest schuilen. Dat dartbord daar, bijvoorbeeld. In de ideale wereld zou dat een klok zijn. Zo zinloos als het nu aan de muur hing, als ze het in de ideale wereld hadden opgehangen, was het een klok geweest, waaropjedetijdkanzienenzzo. Dit 'heldere' inzicht kwam zo vaak terug in mijn gedachten die avond, dat op een gegeven moment helemaal niet weer wist wat echt was en wat niet. Onvermijdelijk, natuurlijk.
'Izzet un kllllok? Of izzet eennn dartbord? Jaikweetweldathetiseenkldartbord, maar ik denk steeds dat het een dártbord, nee, kllllok is.'
En ik gesticuleerde om mijn pas ontdekte dimensie van mijn redenaarstalent extra kracht bij te zetten. Om maar niet te spreken wat voor taal ik uitsloeg toen ik zag hoe iemand dartpijltjes op míjn klok gooide.
Later die avond kwam ik overigens tot de conclusie dat de echte wereld, de realiteit die ik nota bene net uit het oog verloren had, mooi genoeg was. Ik sprak met Thijs, de bioloog, over zeesterren en hoe mooi het wel niet was dat de natuur dat allemaal geschapen had. Met zuignapjes....
Zo denk ik er overigens nog steeds over. Van die schoonheid, die zuignapjes zijn op de een of andere manier op zichzelf niet zo fascinerend meer. Ergens heeft die avond dus wel tot nieuw inzicht geleid. Maar zo compleet als ik toen ons hele bestaan bij elkaar had gebracht, dat zal ik nooit kunnen reconstrueren. Ik heb het memorabele van die avond ook nooit aan iemand uit kunnen leggen, misschien dat ik dit daarom opeens op wilde schrijven. Zo leuk als die avond ben ik overigens nooit meer dronken geworden. In zekere zin was die avond op zichzelf een idee-dronkenschap.
Nu ga ik eten. Van niet eten word je ook duizelig.
Is 140 keer bekeken