'Hmmm, bier.
Hmmm, Florian.
Bier van Florian.
Kwenie. Ik weet alleen dat het gezellig was zoals het haast nooit is geweest bij het uitgaan en dat ik af en toe zin had om hem vast te pakken. Is dat liefde? Af en toe had ik die zin ook niet en dat zou mij, als ik hem was, wantrouwend maken. Zoals Joost de knuffelbeer is in plaats van de ruige seksbeer die hij hoort te zijn.
Die droom...het voelde zo goed, met verschil dat hij me echte liefde gaf en ik die gemakszuchtig kon beantwoorden. In het echt heb ik idee. Hoewel, ik denk van niet.
Zo erg is dat niet. Denk ik.
Erg zijn de letters die over het papier zweven. Zij kunnen het wel horen.
Ha.
Doei.
Doeidoeidoeidoei.
Zo aangeschoten ben ik niet. Amper genoeg om er samen van te genieten (tegen elkaar aanhangen en zwalken). Al doe ik dat nu wel. Ik maak het erger dan het is.
Ha.
Doei.'
Hm, als ik dit teruglees denk ik dat ik het helemaal niet erger maakte dan het was. Het was gewoon erg.
Ik weet niet precies waarom, maar als ik gedronken heb wil ik 's avonds altijd nog iets in mijn schrift schrijven. Blijkbaar vind ik alleen maar dronken zijn niet voldoende en moet ik nog iets met mijn spiksplinternieuwe gedachten doen. Er staat niet eens een interessante theorie in, terwijl ik die gisteren toch genoeg heb gevormd, zo onderweg naar huis. Ik denk overigens dat ik hier best een gedicht van zou kunnen maken, als ik de zinnen door elkaar zou gooien. Maar dat geldt voor alle proza. Poezie raakt me dan ook zelden.
Inmiddels is het heel wat zonniger dan gisteravond. Ik ben nog net zo vrolijk, maar heb wel hoofdpijn. Is alleen hoofdpijn ook een kater? Ik weet het niet, het maakt niet uit. Je m'en fous. Met de nieuwe dag zijn ook de gedachten van gisteren teruggekomen. Alleen, ik ben nog niet klaar voor Socrates en zijn wijsheid die hij zelf niet benoemt. Zijn nederigheid.
Ik kwam onderweg naar Zaandam trouwens een leuke jongen tegen. We moesten dezelfde bus hebben. Het was een gezellige en aardige jongen. En ik begon hem steeds knapper te vinden. Ik zei; 'Zelfs in dit tl-licht ben je mooi' en hij keek me dromerig aan. Zijn telefoonnummer heb ik overigens niet, al denk ik dat hij mij ook wel leuk vond. Het is gewoon het vluchtige van het moment. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, je kent dat wel. Nu is nu, later is later. Dan durf ik het wel. Anders durf ik nog niet eens hoi te zeggen.
Nou, goed. Ik ga maar eens naar buiten.
Dag!
Is 158 keer bekeken