Eindelijk!
We kunnen weer kanoën. Maar eerst wacht ik op Tamara, want we zouden in de K2 gaan. Op het grasveld van de vereniging bevindt zich een tentenkamp.
Huh?
Hé, daar is Vincent -die aardige, niet die irritante- en ik vraag het meteen.
'Er zijn Duitsers komen kamperen, zodat ze hier kunnen kanoën en zo.'
'Ik zie het. Alles is zo strak georganiseerd.'
'Daar zijn het Duitsers voor. Ik ga. Doei!'
'Doei!'
En hij fietst weg. Gelukkig komt Tamara nu aanfietsen.
'Heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeey!'
'Heuy!'
'Heeeeey!'
'Heeuuuy!'
'Hey.'
'Hai.'
'WIJ gaan lekker samen varen, want IK ga K2 varen mét JOU, toch Billie?'
'Met JOU altijd, Billie.'
Tamara vindt het meteen schandalig dat die Duitsers hier durven te komen en de botenloods blokkeren met hun gigantische eettafels. Het is inderdaad niet echt handig, nee, want als we de boot eruit willen halen moeten we heel ingewikkeld doen. Maar het lukt.
Nadat we de zitjes goed hebben ingesteld kunnen we dan op weg. Het gaat nog wat onhandig, maar we komen goed vooruit. We varen! O, wat heerlijk om weer met van die krachtige slagen met de peddel door het water te gaan. Ik voel mijn armspieren aanspannen, eindelijk. Dat miste ik echt. Dat ik mijn armen kon gebruiken.
Maar nu kan het. En voor lang, want we doen meteen een rondje van acht kilometer.
Het is rustig op het water. Nauwelijks wind, nauwelijks bootjes. Het riet is al een tijd niet gekapt zodat de slootjes een stuk smaller zijn.
Gaat lekker zo. Ik versnel het tempo.
'Ho!'
Wat?
'Wat?'
'Jeukammeneuuus.'
Ja, als Tamara het zegt, dan voel ik het ook. Die jeuk.
Zo stoppen we nog een paar keer. Ik word er melig van. Tamara blijkbaar ook, want ze begint Marco Borsato te zingen.
'Morgen zal er vrede zijn,
Zal de zon je STREEEELEUUUUUUUUUH
Zal de wereld weer een speeltuin zijn,
Kun je rustig SPEEEEEEELEUUUUUUUUH!'
O jee, daar komt de eerste lachstuip al. Ik val bijna uit de boot en maak vreemde piepgeluidjes.
O, dat vindt ze leuk hoor, dat vindt ze leuk. Ze gaat ermee door en ik moet me de komende kilometers heel hard concentreren om er niet aan te denken en weer een lachstuip te krijgen en slap in de kano te liggen. We varen een stuk verder.
'O, Saskia.'
'O, Tamara?'
'I love YOUHOUHOUHOUUUUUU!'
'I love you TOOHOOHOOOOOO!'
'Neuken?'
Daarna (nadat we dat gezegd hebben, niet nadat we hebben geneukt of zo) blijft ze maar zeuren dat zíj nu weleens voorin wil proberen. En dat doen we.
Raar hoor. Ik zie zo weinig. En Tamara zegt de hele tijd dat ze scheef zit. Ze wist niet dat je dat altijd heel erg voelt als je voorin zit. Het valt me op dat ze haar armen niet strekt en ze houdt ze veel te laag. En dan vindt ze het gek dat ze last heeft van knikpolsen.
Op deze manier gaat het een stuk langzamer. Niet omdat het veel moeilijker gaat, maar omdat Tamara ieder blaadje, takje of stukje riet per se af moet, en dat kan alleen door te wiebelen of voor- en achteruit te varen.
Uiteindelijk zijn we er dan toch.
Maar dan.
Voor het bruggetje zwemt haar grootste angst; Een Zwaan. En aangezien deze zwaan jonkies heeft, is het niet verstandig er langs te gaan. We kunnen er niet eens langs. We wachten een tijdje en besluiten om te varen, wat dus eigenlijk niet kan, dus varen we weer terug en de zwaan is weg. Vlak voor het bruggetje begint Tamara opeens keihard te sprinten. Is dat handig, zo'n eindsprint vlak voor een bruggetje? Dan zegt Tamara; 'Die zwaan, die zit achter ons aan! Snel! Varen, doos!'
Er zit geen zwaan achter ons aan, maar in haar stem klinkt wel paniek door, dus ik vaar maar mee.
Eenmaal tot rust gekomen zegt ze;
'Sas? Jij hebt die jongen toch weleens gepijpt?'
Huh?
'Nou maak je het erg wild.'
'Wel afgetrokken?'
'.....'
'Nou ja, ik dus ook. Bij Michael.'
'Raar hè?'
'Jaaaaa! En dat...spul. Het was zo goor! Ik veegde het meteen af aan z'n borst, toen zei hij dat ik normaal moest doen.'
Nou jaaaaa.
'Raar hoor. Gelukkig is het uit.'
We stappen uit de boot, door en door nat van het gekloot in de boot. Als we de K2 terug willen leggen zijn er mensen aan het eten. Ze kijken naar ons alsof ze nog nooit zoiets gezien hebben. Een paar mannen staan op om ons te helpen, wat nogal overbodig en onhandig is omdat zij niet weten waar en hoe het hoort te liggen. Ze spreken wel heel raar Duits, ik versta er geen zak van.
Op de terugweg naar huis zie ik dat hun auto's Tsjechische nummerborden hebben.
'Ze zijn Tsjechisch', zeg ik.
'Oké. Ze zagen er niet echt uit als sportmannen hè?'
'Nee.'
'Nou Billie, het was me een genoegen om weer eens te kanoën met jou.'
'Jaaaaa, dat doen we dus vaker.'
'Oké, doeidoei!'
'Dag lekker ding!'
En dan heb ik nog details van onze gesprekken weggelaten...
Is 182 keer bekeken