Hallo, voor de lol ben ik weer eens aan een verhaal begonnen.
Hiero:
Ik stond op met een geweldig opgewonden gevoel in mijn maag. Vandaag zouden we vertrekken! Ik voelde mijn vreugde al snel overgaan in paniek toen ik op de klok keek. Helrode cijfers kwamen me tegemoet. 7:03. Ik had nog maar een kwartier om me aan te kleden, te ontbijten, nog wat extra spullen in te pakken en dan naar het station te komen waar Sam, mijn beste vriend, klas- en reisgenoot op me zou wachten. Zo snel als het maar kan als je mijn naam draagt (Oooo, heb ik me nog niet voorgesteld? Nou hoi, ik ben Nora en ik ben een kluns, oké?) schoot ik in mijn kleren en daarna nog een keer, want dat lukt natuurlijk nooit in één keer op die manier. Toen ik mijn kleren eindelijk enigszins acceptabel om mijn lichaam gefrommeld had griste ik mijn spullen bij elkaar en stommelde de trap af, waarbij ik natuurlijk zowat mijn nek brak over Felix, mijn kat. Verwoed keek ik om me heen. Er was nog niemand beneden, dus ik propte snel een boterham in mijn mond.
Ondertussen kwam mijn moeder al aanstommelen. ‘Wat ga je doen?’ ‘Op reis misschien ? Misschien, ga ik wel naar de Pyreneeën om te wandelen, zoals ik al een half jaar van te voren heb aangekondigd. Dat doe ik niet zodat jij het meteen kunt vergeten.’ zei ik nijdig. ‘Nou zeg, je hoeft nou ook weer niet zo kattig te doen hoor. Heb je alles, schat ?’ ‘Jaha, laat me nou maar en werk nou ook eens mee als ik iets wil doen dat jij nooit kon.’ Na een hoop gezeur en een hele preek (‘Nee, ik laat mijn vriendschap met Sam in de steek voor een overbehaarde Fransoos en laat me bezwangeren en uithuwelijken zonder dat verder te overleggen. Natuurlijk doe ik voorzichtig!’) pakte ik mijn spullen en vertrok. Sleutel vergeten. Terugrennen en het hele huis doorzoeken. Weer op weg. Pyjama vergeten. Terugrennen en nog langer zoeken naar mijn pyjama. Weer op weg. Tandenborstel vergeten. Terugrennen en nog veel langer zoeken naar mijn favoriete roze tandenborstel die eigenlijk niet eens mijn favoriete tandenborstel is, die uiteindelijk al in mijn tas bleek te zitten. Weer op weg. Ik wist zeker dat ik nog iets vergeten was, maar ik had allang al op het station moeten staan en ik wist niet eens meer wat ik vergeten was, dus rende ik maar verder.
Verhit kwam ik aanrennen. Tot mijn verbazing keek Sam helemaal niet boos of haastig, eerder alsof hij nog jaren de tijd had. Mijn verbazing bereikte zijn hoogtepunt toen ik hem eenmaal bereikt had. Nonchalant werpt hij een blik op zijn horloge. ‘Je bent vroeger dan ik dacht.’ Toen hij mijn verbijsterde gezicht zag vervolgde hij lachend ; ‘Ik had hier al rekening mee gehouden. Ik ken je al langer dan vandaag. De trein vertrekt pas om kwart over acht.’ Ik voelde alle spanningen via woede naar buiten komen. ‘Waarom heb je me dat niet eerder verteld, sukkel! Nou heb ik voor niets gehaast! Ik maakte me doodzenuwachtig!’ Terwijl ik verder tierde bedacht ik dat hij eigenlijk heel erg gelijk had. Het is fijn om een vriend te hebben die precies weet hoe je in elkaar zit. Ik mompelde ‘Sorry’ en Sam zei dat hij het niet erg vond. ‘Geeft niet, relaxt en denk aan de vakantie. Zo meteen zijn we op weg naar God-hoe-heet-dat-dorpje-ook-alweer,’ ‘Is niet interessant. Laten we naar de kiosk gaan om een ontbijt te kopen.’ ‘Je hebt zeker niet kunnen ontbijten…’ ‘Tenzij je één zestiende stuk droog brood tot een ontbijt rekent.’
Gaat nog niet echt ergens over, maar dat komt nog (hopelijk).
Daaaag,
Sas.
Is 129 keer bekeken