Schoon.
Verdoofd sta ik onder de waterstralen. Ik ben maar gaan douchen.
Alsof ik in zee lig en de schepen over me heen drijven - de geluiden klinken hol, hier in mijn vissenkom. Tegelijkertijd is alles om me heen zwaar en veel te echt. Onder het water van de douche voel ik dat mijn schouders gespannen zijn, net als mijn rug, nek, mijn benen en armen. Alles staat strak.
Stress.
Ter verlichting (van álles) zing ik Gospelliedjes. Ze geven me altijd troost en kracht, al merk ik heus wel hoe zwak mijn stem is nu ik hem zo weinig gebruik. Ik zing alle liedjes en alle flarden van liedjes die ik ken, in alle stemmen te gelijk. Ik zing over water waar je in moet waden dat God ook nog eens voor je vertroebeld heeft, dat iedereen Danuel kan worden, dat er een koets en schoenen en vleugels in de hemel op me staan te wachten. Mijn favoriete thema is het gelukkige sterven. ‘I wanna die easy when I die’ klinkt lekker eng, omdat het zo radicaal is en uitzinnig vrolijk tegelijk. Religieuze manie. Wat is eigenlijk een ‘celestial choir’? Vlak voordat ik over wil gaan op de Jamaicaanse calypso’s klopt mijn moeder op de deur.
Ze doet streng, zegt dat ik nu wel lang genoeg gedoucht heb. Daar heeft ze natuurlijk gelijk in, en deze keer voel ik sterker dan ooit dat opvoeding ook maar een soort toneelspel is. Ze is niet echt boos, alleen bezorgt. En terecht. Het helpt niet; ik zou willen dat ik hierdoor meteen zou gaan werken, maar ik doe het niet. Nooit. Ik ben de enige die het kan doen. Mijn eigen verantwoordelijkheid, doorgaands mijn rots in de branding, beangstigt me nu alleen maar. Want als ik mezelf er niet toe kan brengen essays te schrijven, kan ik dit jaar en de volgende jaren niet halen. Dan is alle plezier weg. En ik doe deze opleiding nota bene voor mijn plezier, anders had ik mezelf wel ongelukkig gemaakt met een studie die me later meer geld op zal leveren. Gogol, Dostojevsky, Grunberg en Atwood zijn mijn vrienden niet meer. Net als Foucault, Gadamer, Nietzsche en Kant. Het is niet eerlijk. Iedereen is slimmer dan ik.
Komt nog bij dat ik veel te goed besef hoe onbenullig en aanstellerig mijn problemen zijn. Niet alleen is iedereen slimmer dan ik, iedereen heeft altijd meer redenen om zich rot te voelen dan ik. Het is niet eerlijk. Kon ik de schuld maar aan iemand anders geven. Ik voel ineens een sterke behoefte gelovig te worden.
Is 264 keer bekeken