Gistermiddag kwam er een brief van de UvA. Heimelijk hoopte ik dat er in zou staan dat ik nu mijn paper moest gaan schrijven, anders zouden ze die meelijwekkende lieverd van academische vaardigheden sturen. Eerst zou ze me met haar grote konijnenogen aankijken - om me vervolgens genadeloos in elkaar te slaan. 'Yoe shoeld wlight twoe houls evewy day!'(iedere dag twee uur schrijven, lui sekreet!). Dat stond er niet. Toch beroept iedere UvA-brief je op je eigen verantwoordelijkheid als student en is daarmee een soortgelijke schop onder de kont.
Mijn vluchtgedrag verslaat echter alles.
Ik heb muziek, filmpjes, mijn fiets, mooi weer, een weblog met twee reacties, mijn gitaar, alcohol, thee om te zetten, twee katten, en een vies aquarium (nog steeds trouwens). Dat is niet het ergste. Het ergste zijn de momenten van lethargie, het staren in de leegte en tegelijkertijd de schaduw van de bergen achter je te voelen groeien. Ik ben er achter gekomen dat het helemaal niet moeilijk is om jezelf krankzinnig te maken. Zo ver weg is gekte niet.
Die avond is mijn vader zogenaamd boos op me geworden. Ik kon zien dat hij dat eigenlijk heel lastig vond (hij zei achteraf zelfs 'sorry') maar hij zei precies wat ik wilde horen.
Alles wat ik gezegd had waren smoesjes.
Ik ben gewoon aan het uitstellen.
Ik heb wel een mening.
Ik moet doelen stellen, van dag tot dag en daar naartoe werken.
Alles dat mijn ouders sindsdien hebben gezegd, ging over school. Ze hebben me vanmorgen op tijd wakker gemaakt, en hebben gezegd te bellen om me aan het werk te houden. Misschien bellen ze niet, maar het idee me te moeten verantwoorden tegen mijn ouders als ik niets gedaan heb, houdt me gevangen. Ik heb een panopticum gebouwd.
Kent u die uitdrukking?
Een panopticum is een ronde gevangenis met een kamertje in het midden, waar vanuit de bewaker alle gevangenen altijd kan zien, maar de gevangenen kunnen niet zien of de bewaker in het kamertje zit. Zo blijf je altijd gevangen, bewaakt of niet. Filosoof Foucault gebruikte het om zijn machtsprincipe uit te drukken. Ik gebruik het om onderzoekje van zes tot acht pagina's te schrijven. Ik ben al goed geindroctineerd door mijn meesters.
Halverwege het schrijven van dit stukje belden er Jehova's aan, mijn eerste Jehova's. Het waren er twee en ze waren heel eng. Een man met een pokdalig gezicht en oranje korsten op zijn schedel vroeg me of ik bang was voor de toekomst, terwijl de vrouw op de achtergrond me met een priemende blik aanstaarde als ik weg probeerde te kijken. Ik weet het al. Ze zijn door God gestuurd om mij het volgende hoofdstuk te laten schrijven.
Aan de slag.
Is 235 keer bekeken