En hij heette Pier.
'Nou dames en heren, ga er maar eens even lekker voor zitten, want dit belooft een hele lange avond te worden.'
Het is natuurlijk niet moeilijk de ironie hiervan in te zien. Maar ik was in zo'n feeststemming dat ik het zelfs naar mijn zin had gehad als ik op een party-centrum interpretatie van een Amsterdams feest was geweest, in Uitgeest, met slechte muziek en een bordkartonnen inrichting uit de jaren '90. O wacht; daar was ik. De olijke gangmaker die ons dit sfeervolle vooruitzicht in de oren schreeuwde, was overigens net zo Amsterdams als ik, de Oostzaanse. Maar dat geeft niet. Als je toch al zin hebt om het naar je zin te hebben worden rare feesten alleen maar leuker, omdat je beseft dat je het naar je zin hebt terwijl het een feest is dat je zelf nooit zou hebben uitgekozen.
De ster van de avond was de Fries. Hij had een woeste bos donkerbruine krullen, lichtblauwe ogen, een mooi overhemd en een rare naam (bier?). Ik heb hem versierd. Ik! Dat verlegen meisje ging naar hem toe, kwam terug en nog een keer terug. Hij liet het allemaal toe en vertelde dat hij naar het uiterste puntje van Noorwegen was gefietst, terwijl ik zijn haar langs mijn gezicht en nek voelde strijken. Jammer van de afstand. Om spijtige gevoelens tegen te gaan heb ik hem toch maar gezoend. Hij is vast heel goed in seks.
Eenmaal thuis blijft alleen de herinnering. En het besef dat ik op een leuke jongen af durfde te stappen. Dat het leuk was.
Is 230 keer bekeken